Ook op het gebied van sociale zekerheid staat 2027 in het teken van bijstellingen: toeslaggrenzen verschuiven, de zorgpremie stijgt en het kabinet zet stappen om het toeslagenstelsel eenvoudiger te maken. Een overzicht.
Let op: niet alle voorstellen zijn definitief. Ze worden pas definitief na goedkeuring door de Tweede en Eerste Kamer.
Een eenvoudiger toeslagenstelsel, stap voor stap
Het kabinet werkt aan een beter uitvoerbaar belasting- en toeslagenstelsel. Dat gebeurt via meerdere sporen tegelijk: de inkomensafhankelijke regelingen worden vereenvoudigd te beginnen bij de heffingskortingen, overbodige fiscale regelingen verdwijnen, de kindregelingen worden samengevoegd en het toeslagenstelsel wordt hervormd met minder terugvorderingen en duidelijkere begrippen.
Ook het begrip toeslagpartner wordt eenvoudiger gemaakt. Voor samenwonenden kan dit vanaf 2027 direct doorwerken in wie als toeslagpartner geldt, en dus in het recht op en de hoogte van toeslagen. Bij een meerjarenplanning is het daarom verstandig om niet uit te gaan van vaststaande toeslagregels, maar periodiek te checken of er stelselwijzigingen zijn die het besteedbaar inkomen raken.
Lagere vermogensgrenzen voor zorgtoeslag en kindgebonden budget
Wie spaargeld of beleggingen heeft, krijgt te maken met strengere vermogensgrenzen. Voor de zorgtoeslag en het kindgebonden budget dalen deze per 2027 met € 30.686,- naar € 119.122,- voor alleenstaanden en € 158.748,- voor paren. Vanaf 2028 wil het kabinet de grens voor de zorgtoeslag verder verlagen, tot deze gelijk is aan het heffingsvrije vermogen in box 3. Wie nu al rond de grens zit, doet er goed aan hier rekening mee te houden bij toekomstige vermogensopbouw.
Zorgtoeslag: hoger bedrag, maar sneller afbouwend kindgebonden budget
Bij een geraamde standaardpremie van € 2.277,- komt de maximale zorgtoeslag in 2027 naar verwachting uit op € 1.680,- per jaar voor alleenstaanden en € 3.223,- voor paren, respectievelijk € 130,- en € 260,- meer dan in 2026. Bij een inkomensstijging is het goed om niet alleen naar het hogere brutoloon te kijken, maar ook naar de zorgtoeslag die daardoor lager uitvalt: het netto-effect op het besteedbaar inkomen telt uiteindelijk.
Het kindgebonden budget bouwt vanaf 1 januari 2027 sneller af voor huishoudens met een hoger toetsingsinkomen. Vanaf € 61.917,- geldt een afbouwpercentage van 9,95% in plaats van het reguliere 8,05%. Vanaf 2028 wordt dit respectievelijk 8,5% en, boven het tweede afbouwpunt, 12,8%. Extra bruto inkomen rond dit omslagpunt werkt dus relatief sterk door in een lager kindgebonden budget.
Kindregelingen op weg naar één regeling
Het kabinet wil per 2027 het inkomensonafhankelijke bedrag van de kinderbijslag verhogen en het inkomensafhankelijke bedrag van het kindgebonden budget verlagen. De Tweede Kamer moet dit wetsvoorstel nog behandelen. Het is een tussenstap: kinderbijslag en kindgebonden budget gaan uiteindelijk op in één nieuwe kindregeling, die naar verwachting in 2030 ingaat.
Zorgverzekering: hogere premie, hoger eigen risico
De gemiddelde nominale zorgpremie stijgt van ongeveer € 1.879,- in 2026 naar circa € 2.029,- in 2027, ofwel zo’n € 169,- per maand volgens de begroting. Dit is een schatting; zorgverzekeraars bepalen zelf de premie van hun basisverzekering, dus reken bij een begroting bij voorkeur met de werkelijke polisprijs in plaats van het landelijk gemiddelde.
Het verplicht eigen risico stijgt door indexatie van € 385,- naar € 400,-. Ook de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet gaat omhoog: het lage tarief, dat geldt voor onder meer zelfstandigen en gepensioneerden, van 4,85% naar 5,02%, en het reguliere hoge tarief van 6,10% naar 6,27%.
Daarnaast verschuift wat er vergoed wordt. Zorg zonder aantoonbare meerwaarde voor de patiënt komt niet meer voor vergoeding in aanmerking, ook niet als die meerwaarde pas achteraf ontbreekt. Kosteneffectiviteit weegt zwaarder mee, en het Zorginstituut krijgt een grotere rol bij de beoordeling hiervan. Wie structurele of kostbare zorg gebruikt, doet er goed aan na te gaan of specifieke vergoedingen essentieel zijn voor de eigen financiële planning, want wijzigingen in het basispakket kunnen de gewenste zorgbuffer verhogen.
Voor extramurale geneesmiddelen blijft de eigen bijdrage tot en met 2027 gemaximeerd op € 250,- per kalenderjaar. En het kabinet wil, met inachtneming van Europese regelgeving, stoppen met het vergoeden van niet-gecontracteerde zorg, zodat verzekeraars sterker kunnen sturen op passende, gecontracteerde zorg.
Participatiewet: meer menselijke maat, minder harde gevolgen
Bij een geraamde standaardpremie van € 2.277,- bedraagt de maximale zorgtoeslag in 2027 naar verwachting € 1.680,- per jaar voor alleenstaanden en € 3.223,- voor paren. Dat is respectievelijk € 130,- en € 260,- meer dan in 2026.
Praktische tips. Kijk bij een inkomensstijging van een medewerker niet alleen naar het hogere bruto inkomen, maar ook naar de lagere zorgtoeslag die daar tegenover staat. Uiteindelijk telt het netto-effect op het besteedbaar inkomen.
Nominale zorgpremie
De laatste maatregelen uit de Wet Participatiewet in balans treden in 2027 in werking, met ondersteuning van gemeenten bij de uitvoering. Doel is minder hardheid en meer vertrouwen en menselijke maat in de praktijk. Het kabinet onderzoekt daarnaast betere ondersteuning voor mensen die door ziekte of beperking niet kunnen werken, en wil inkomensondersteunende regelingen en re-integratiebeleid verder harmoniseren.
Met de Wet handhaving sociale zekerheid wordt bovendien voorkomen dat kleine fouten tot grote gevolgen leiden, mede dankzij een sterkere preventieve aanpak. Bij een uitkering met wisselende inkomsten is het altijd verstandig om de gevolgen van bijverdienen of werkhervatting vooraf te checken bij de uitvoerende instantie, in plaats van uit te gaan van volledig vrij besteedbaar extra inkomen.
Tot slot sluit de IOAZ, de inkomensvoorziening voor oudere zelfstandigen die hun bedrijf beëindigen, naar verwachting per 1 januari 2028 voor nieuwe instroom. De wetsbehandeling hiervoor moet in 2027 worden afgeron


