Van box 2-tarieven tot financiering en de fiscale positie van startups: voor ondernemers staat er in 2027 het nodige te veranderen. Een overzicht van de belangrijkste voorstellen.
Let op: niet alle voorstellen zijn definitief. Ze worden pas definitief na goedkeuring door de Tweede en Eerste Kamer.
Box 2: tarieven vrijwel gelijk, twee technische aanpassingen
De tarieven in box 2 blijven in 2027 ongewijzigd: 24,5% in de eerste schijf en 31% daarboven. Alleen de grens tussen beide schijven schuift iets op, van € 68.843,- naar € 69.607,-.
Voor aanmerkelijkbelanghouders zijn er wel twee inhoudelijke wijzigingen op komst. Bij het erven van een aanmerkelijk belang geldt vanaf 2027 een aanscherping als er ook een schuld van meer dan € 500.000,- (bedrag 2026) aan de eigen vennootschap bestaat: over het bedrag boven die grens wordt direct een fictief regulier voordeel belast, zonder dat de faciliteit voor vererfd aanmerkelijk belang hierop nog van toepassing is. Voor echte winstuitkeringen binnen 24 maanden na overlijden blijft de bestaande faciliteit gewoon gelden, en dubbele heffing wordt voorkomen.
Daarnaast verandert de manier waarop de verkrijgingsprijs wordt vastgesteld bij een zetelverplaatsing naar Nederland. Ontstaat er daardoor Nederlandse belastingplicht voor een in het buitenland wonende aanmerkelijkbelanghouder, dan geldt voortaan de waarde in het economische verkeer op dat moment als uitgangspunt, waarna alleen de waardeontwikkeling daarna in box 2 wordt belast. Was iemand voor dit belang al eerder buitenlands belastingplichtig, dan geldt in plaats daarvan doorgaans de historische kostprijs.
Ondernemersfaciliteiten in de inkomstenbelasting bouwen verder af
De mkb-winstvrijstelling blijft in 2027 op het huidige niveau van 12,7%. De zelfstandigenaftrek daalt daarentegen fors, naar € 900,-. Uit evaluatie bleek dat deze aftrek nauwelijks bijdraagt aan meer ondernemerschap, terwijl de uitvoering ervan wel veel administratieve lasten met zich meebrengt. Er komt geen overgangsrecht, waardoor de verlaging ook geldt voor ondernemers die al vóór 2027 zijn gestart.
Ook de meewerkaftrek en de stakingsaftrek gaan fors omlaag. Beide worden eerst met 75% verlaagd en drie jaar later volledig afgeschaft. Na de verlaging hangt de meewerkaftrek af van het aantal uren dat een meewerkende partner in de onderneming heeft gewerkt: van geen aftrek onder de 525 uur, tot 1% van de winst vanaf 1.750 uur of meer. De maximale stakingsaftrek daalt van € 3.630,- naar € 908,-. De precieze ingangsdatum van deze verlaging wordt nog bij koninklijk besluit bepaald.
Meer aftrek bij energie-investeringen
De energie-investeringsaftrek (EIA), een eenmalige aanvullende aftrekpost voor investeringen in energiebesparende bedrijfsmiddelen en duurzame energie, gaat per 1 januari 2027 omhoog van 40% naar 45,5%. Dat vergroot het fiscale voordeel van een investering die voor de EIA in aanmerking komt. Beslissend voor het toepasselijke percentage is het moment waarop de investeringsverplichting wordt aangegaan, niet de betaling of ingebruikname, en de investering moet binnen drie maanden na het aangaan van die verplichting bij de RVO worden gemeld.
Aandelenopties bij startups en scale-ups gunstiger belast
Om het Nederlandse vestigingsklimaat voor snelgroeiende, innovatieve bedrijven aantrekkelijker te maken, wil het kabinet de fiscale behandeling van aandelenopties bij startups en scale-ups verbeteren. Bedrijven die hiervoor in aanmerking willen komen, hebben een beschikking van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland nodig, geldig voor acht jaar met de mogelijkheid tot drie verlengingen van vijf jaar.
De kern van de regeling: het moment van belastingheffing verschuift van het moment waarop aandelen verhandelbaar worden naar het moment van daadwerkelijke verkoop, en van het voordeel telt nog maar 65% mee als loon. Daardoor komt de fiscale druk bij het hoogste tarief uit op ongeveer 32%, vergelijkbaar met box 2. Een werknemer mag ook kiezen voor een eerder heffingsmoment, waarbij de lagere grondslag van 65% blijft gelden, al vervalt die korting als de optie zelf wordt verkocht vóór uitoefening. Uitdiensttreding vormt geen apart heffingsmoment; ook voor een oud-werknemer telt pas de verkoop van de aandelen.
De regeling kan met terugwerkende kracht gelden voor opties die op of na 17 april 2025 zijn toegekend en eind 2026 nog niet in de loonbelasting zijn betrokken, mits de vereiste beschikking uiterlijk 31 december 2027 is aangevraagd.
Ruimere toegang tot mkb-financiering
Het kabinet wil de toegang tot financiering verbeteren, vooral voor bedragen tot € 1 miljoen. De Borgstelling MKB-kredieten (BMKB) wordt daarvoor op drie punten aangepast: ook crowdfunders kunnen er in 2027 gebruik van maken, de regeling wordt samen met financiers vereenvoudigd zodat deze beter aansluit op moderne kredietverlening, en de BMKB krijgt onder meer extra mogelijkheden voor werkkapitaal bij ondernemers die door gestegen prijzen in de knel komen. Financiers vragen de borgstelling aan, niet de ondernemer zelf; die blijft wel aansprakelijk en betaalt provisie over het geborgde deel.
Daarnaast worden duurzaamheidsleningen van Qredits extra gestimuleerd, met een hogere rentekorting en € 15 miljoen extra vanuit het Klimaatfonds in 2027.
Meer duidelijkheid over werknemer versus zelfstandige
De aangekondigde Zelfstandigenwet moet duidelijker maken wanneer iemand als werknemer geldt en wanneer als zelfstandige. Het kabinet wil hiermee de verschillen tussen contractvormen verkleinen en schijnzelfstandigheid beter aanpakken. Het wetsvoorstel moet voor de zomer van 2027 naar de Tweede Kamer.


