Kopen, verkopen, verhuren of verduurzamen: op het gebied van wonen staan er voor 2027 verschillende wijzigingen op stapel. Een deel raakt de portemonnee direct, zoals de overdrachtsbelasting en het eigenwoningforfait. Een ander deel gaat over de kwaliteit en toekomstbestendigheid van woningen, van energielabels tot funderingen. We zetten de belangrijkste punten op een rij.
Let op: niet alle voorstellen zijn definitief. Ze worden pas definitief na goedkeuring door de Tweede en Eerste Kamer.
Overdrachtsbelasting: lager tarief voor beleggers en tweede woningen
Wie een woning koopt zonder er zelf te gaan wonen, betaalt vanaf 1 januari 2027 minder overdrachtsbelasting: het tarief daalt van 8% naar 7%. Dit raakt beleggers die woningen aankopen voor de verhuur, maar ook particulieren met een tweede woning of vakantiehuis. Voor de eigen woning als hoofdverblijf blijft het verlaagde tarief van 2% gewoon gelden, net als de startersvrijstelling en het tarief van 10,4% voor bedrijfspanden en overige niet-woningen.
| Situatie | Tarief 2027 |
|---|---|
| Eigen woning als hoofdverblijf | 2% |
| Woning niet als hoofdverblijf (belegging, tweede woning) | 7% |
| Overige niet-woningen | 10,4% |
Het kabinet hoopt met deze verlaging beleggers te stimuleren te investeren in huurwoningen, inclusief nieuwbouw. Het verwachte effect is positief, maar naar eigen inschatting beperkt. In 2029 volgt een evaluatie, ook op onbedoelde effecten zoals een toename van tweede woningen en vakantiehuizen.
Voor de overdrachtsbelasting telt niet de datum van de koopovereenkomst, maar het moment van notariële levering. Staat er eind 2026 een beleggingsaankoop of tweede woning op de planning? Dan kan uitstel van de levering tot na de jaarwisseling fiscaal voordeliger uitpakken.
Daarnaast komt er een aparte, eenvoudigere vrijstelling voor woningcorporaties die onderling vastgoed overdragen dat nodig is voor hun publieke taak. De huidige regeling bleek in de praktijk te ingewikkeld. Bij een taakoverdracht tussen algemeen nut beogende instellingen waarbij een koopsom wordt bedongen, vervalt overigens de bestaande vrijstelling; voor woningcorporaties kan daarvoor de nieuwe regeling in de plaats komen.
Eigen woning: forfait en hypotheekrenteaftrek
Het eigenwoningforfait blijft in 2027 op hoofdlijnen gelijk: 0,35% voor woningen met een WOZ-waarde tot € 1.360.000,-, en 2,35% daarboven. Die grens schuift wel iets op, van € 1.350.000,- in 2026. Omdat deze verhoging achterblijft bij zowel de inflatie als de verwachte stijging van WOZ-waarden, gaan eigenaren van duurdere woningen in de praktijk vaker meer belasting betalen.
Ook de aftrek bij een geringe of geen hypotheekschuld, bekend als de Wet Hillen, blijft afbouwen. Sinds 2026 gaat dit met 4,8 procentpunt per jaar in plaats van 3,33 procentpunt. In 2027 is nog 67% van het verschil tussen forfait en aftrekbare kosten aftrekbaar. De regeling verdwijnt volledig per 1 januari 2041.
Meer ruimte voor kopers en tijdelijke verhuur
Het Nationaal Fonds Betaalbare Koopwoningen krijgt een vervolg, met een extra impuls van € 100 miljoen bovenop de eerdere € 100 miljoen, plus nog eens € 110 miljoen om de periode tot terugvloeiing (2030-2032) te overbruggen. Koopstarters met een middeninkomen kunnen zo kopersondersteuning krijgen bij een nieuwbouwwoning, via ontwikkelaars die bij het fonds aanvragen.
Ook hospitaverhuur, het verhuren van een deel van de eigen woning, moet aantrekkelijker worden. Een wetsvoorstel introduceert een tijdelijk huurcontract van maximaal vijf jaar met een proeftijd van negen maanden, dat eindigt bij verkoop of overlijden. Het voorstel is nog niet aangenomen; beoogde ingangsdatum is 1 januari 2027. Voor de financiering is relevant dat de Nationale Hypotheek Garantie niet negatief staat tegenover woningen die deels op deze manier verhuurd worden, en geldverstrekkers volgen dat beleid doorgaans.
Verduurzaming: strenger, maar met extra ondersteuning
De huursector krijgt te maken met minimumnormen voor energielabels. De slechtste labels in de sociale huursector verdwijnen richting 2028, en vanaf 2029 geldt voor de hele huursector dat verhuurde woningen minimaal energielabel D moeten hebben, met verdere aanscherping richting 2040. Voor rijks-, provinciale en gemeentelijke monumenten en voor woningen die op de nominatie staan voor sloop gelden uitzonderingen.
Op wijkniveau treedt per 1 januari 2027 de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie in werking. Gemeenten krijgen hiermee de bevoegdheid om wijken aan te wijzen die overstappen van aardgas naar een duurzaam alternatief, en moeten in 2027 vastleggen in een warmteprogramma waar en hoe ze dat aanpakken.
Voor individuele verduurzaming trekt het kabinet extra geld uit: € 25 miljoen erbij voor de subsidieregeling voor verenigingen van eigenaars, en het Nationaal Warmtefonds blijft gunstige leningen verstrekken aan eigenaren met een laag of middeninkomen. De regeling die private verhuurders helpt bij verduurzaming wordt in 2027 geëvalueerd, en het kabinet onderzoekt hoe ook de iets mindere energielabels bij huurwoningen op termijn uitgefaseerd kunnen worden.
Fundering: meer inzicht voor kopers en eigenaren
Funderingsschade blijft een aandachtspunt. In 2027 gaat een convenant lopen dat kopers meer en betere informatie geeft over de fundering van een woning voordat ze een keuze maken. Bestaande eigenaren krijgen stap voor stap beter inzicht in het type fundering onder hun woning en de risico’s op korte en lange termijn, terwijl er ook wordt gewerkt aan betere kwaliteitsborging bij funderingsonderzoek en -herstel. Wie niet in aanmerking komt voor een reguliere lening voor funderingsherstel, kan terecht bij het Fonds Duurzaam Funderingsherstel.


